Studie spectrofotometers: VIGC’s antwoord op sommige opmerkingen
Ons artikel over de afwijkingen van spectrofotometers heeft wel wat commotie veroorzaakt in de industrie. En dat was onze bedoeling: we wilden vooral bewustwording creëren. We wilden zeker niet de leveranciers van spectrofotometers ‘veroordelen’ (anders hadden we namen genoemd). En toegegeven, we hebben een straffe titel gebruikt om aandacht te krijgen… Het doel wettigde naar onze mening de middelen.
Spectrofotometers zijn gespecialiseerde tools, zij moeten met de nodige zorg en met de nodige kennis gebruikt worden. Met de nodige zorg: dat betekent goed onderhouden worden! B.v. een regelmatige onderhoudsbeurt door de leverancier kost misschien wel geld, maar het is een noodzaak om goed te functioneren. Met de nodige kennis: weten hoe ze moeten gebruikt worden, hoe resultaten moeten beoordeeld worden en doelen vooropstellen die zonder discussie kunnen gemeten worden.
In het artikel werden, gebaseerd op de input die we kregen, ondertussen enkele punten geüpdatet (trouwens bedankt aan iedereen die input heeft gegeven!). Hieronder zijn nog enkele andere opmerkingen en onze reactie daarop.
Het VIGC deed slechts één meting, ze zouden drie metingen moeten genomen hebben en de resultaten uitgemiddeld.
Inderdaad, we hebben maar één meting per kleurveld gedaan en dat hadden er drie moeten zijn, om een wetenschappelijk verantwoorde meting te hebben. Maar, hoeveel drukkers of drukwerkaankopers doen het op die manier? Wij hebben er voor gekozen om spectrofotometers in dezelfde omstandigheden te testen zoals ze in de industrie gebruikt worden. En de meeste drukkers en drukwerkaankopers doen slechts één meting… Wat trouwens zeer gevaarlijk kan zijn! Enkele jaren geleden hebben we een test gedaan met een ‘koude’ spectrofotometer (eerste gebruik op een maandagmorgen in de winter): pas na 10 metingen kregen we min of meer consistente resultaten!
De gemeten toestellen waren binnen de ISO-specificaties voor spectrofotometers.
Inderdaad. En dat brengt ons bij het doel van ons artikel: bewustwording creëren. Heel wat drukwerkaankopers eisen toleranties die kleiner zijn dan de ISO-specificaties voor drukwerk (ISO 12647). Maar met een tolerantie die dikwijls kleiner is dan de door ISO toegelaten afwijking tussen verschillende spectrofotometers, krijg je natuurlijk problemen. Wat als een drukwerkaankoper bv. een logo-kleur in CIELAB definieert en de gedrukte kleur valt buiten een – kleine – tolerantie, enkel en alleen omwille van de afwijking van het gebruikte apparaat? Dat zou betekenen dat een job wordt afgekeurd – en met als gevolg ofwel een herdruk, ofwel een korting – om compleet verkeerde redenen! Dat is de reden waarom wij bewustwording rond deze thematiek wilden creëren.
Een firma gebruikt altijd hetzelfde toestel, dus afwijkingen tussen verschillende apparaten is niet zo relevant.
Niet altijd het geval! We kunnen er niet direct een percentage op kleven, maar zeker wanneer de klant zelf een kwaliteitsafdeling heeft, zullen zij het drukwerk controleren – en bijgevolg goedkeuren of afkeuren – met een ander toestel, misschien zelfs een ander merk van spectrofotometer. Dus in dit scenario, waar een drukker en een drukwerkaankoper beide de kleuren van een drukwerk controleren, ten opzichte van een vooraf gespecificeerde kleur (bv. een logo-kleur), kunnen afwijkingen tussen toestellen een zeer belangrijke rol spelen. En we hebben dit al gezien in de realiteit: drukker meet en binnen specificaties, klant meet en buiten specificaties… En de job werd geweigerd.
Als afsluiter een anekdote om te illustreren waarom we bewustwording rond dit onderwerp wilden creëren… Enkele jaren geleden werd het VIGC gecontacteerd door een drukker van golfkarton. Hij maakte kans op een reuzengroot order, maar de klant had een aantal kwaliteitseisen gesteld en hij wist niet echt goed hoe hij daar mee moest omgaan…
De maximum kleurafwijking die de klant eiste, was – als mijn geheugen me niet in de steek laat – een delta E van 3 (vermits de klant niet specificeerde welke delta E, gingen we er van uit dat het delta E*ab was). En dat op bruin golfkarton… Het substraat op zich heeft al kleurverschillen die groter zijn dan delta E 10! Het zit vol met donkere vlekken… De klant had een kleurstaal gegeven. Maar, dit was gedrukt met een handroller, op een mooi, blinkend extreem wit papier… en dat was dé kleurreferentie voor drukwerk op bruin golfkarton. Het inktstaal zelf zat vol met lichtere en meer donkere gebieden, dus wat was nu eigenlijk de referentie??? Maar uiteindelijk, na het drukken, moeten een aantal exemplaren verstuurd worden naar de kwaliteitsafdeling van de klant. En die gaat meten, met hun apparaat – wat trouwens een compleet ander type van spectrofotometer was dan hetgeen wij in de grafische industrie gebruiken – en vervolgens de job goedkeuren, of afkeuren… Dit is gewoonweg een werkwijze om er zeker van te zijn dat je een reden kan vinden om drukwerk af te keuren en een korting te vragen… Dit heeft absoluut niets meer te maken met de juiste kleuren drukken.
Kleur is iets behoorlijk complex en je hebt de juiste kennis, de juiste apparatuur nodig om kleuren juist te krijgen, de juiste apparatuur om kleuren op een correcte manier te meten.
Eddy Hagen









